Van klakkeloos naar kritisch: informatievaardigheden in het primair onderwijs

  •  
  •  
  •  
  •  

We zijn een beetje ‘vernieuwingsmoe’. Twenty-first century skills, programmeren, groepsplannen, het is soms lastig het onderscheid te maken tussen een hype en een daadwerkelijke vernieuwing die het onderwijs verder helpt. Inmiddels wil iedereen zijn stempel drukken door veranderingen aan te kondigen. Het rapport van de commissie Schnabel, Onderwijs 2032, werd slecht ontvangen door het grootste deel van de beroepsgroep. Schnabel en Dekker hebben gepoogd om met het rapport een toekomstvisie te vormen en daarmee de koers te bepalen. Een rapport met als resultaat veel lege termen en bij leerkrachten opnieuw het gevoel: “zullen we ons gewoon op onderwijs richten?” Voor een groot deel van de veranderingen geldt inderdaad dat er (nog) geen directe noodzaak is om deze gelijk in te voeren, laat staan een centrale rol in het primair onderwijs te geven. Voor één van de vaak gehoorde nieuwigheden moeten we een uitzondering maken: informatievaardigheden.

informatievaardigheden (C) thijnpost.nl

 

Informatievaardigheden geen hype?

Een hype is een hype omdat het komt en weer gaat, en ja, een deel van de vernieuwingen is inderdaad een hype. Informatievaardigheden echter niet; dit onderwijzen we al zolang er boeken bestaan en elke leerkracht doet dit (ongemerkt) al zijn of haar hele carrière. Waarom moet er dan nu opeens weer zoveel aandacht zijn voor informatievaardigheden? De informatie is veranderd; de hoeveelheid, de structuur en de wijze van aanbieden, en dat heeft maar één oorzaak: het internet.

Informatievaardigheden omvat het scherp kunnen formuleren en analyseren van informatie uit bronnen, het op basis hiervan kritisch en systematisch zoeken, selecteren, verwerken, gebruiken en verwijzen van relevante informatie en deze op bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen en evalueren. In de context van 21e-eeuwse vaardigheden gaat het hierbij vaak om digitale bronnen. (SLO, 2016)

Vroeger leerden we uit boeken. De teksten in deze boeken zijn door een (vaak) zorgvuldig selectieproces van schrijver, redactie en uitgever gegaan. Leerlingen konden er redelijkerwijs van uitgaan dat de aangeleverde en in de bibliotheek gevonden boeken van enige kwaliteit waren. Op internet ligt dit wezenlijk anders: iedereen kan iets op internet plaatsen zonder enige vorm van controle. Leerlingen moeten leren om deze enorme brei aan niet-gecontroleerde data te beoordelen op kwaliteit.
Daarnaast zijn teksten in boeken meestal op dezelfde manier opgebouwd: een inleiding, een kern en een slot. Leerlingen zijn gewend aan deze manier van lezen en passen strategieën toe om de tekst te ontleden om tot begrip te komen. Op internet zit er geen vaste structuur in teksten: elke site is anders, op elke site lees je een stukje en de teksten zijn onderling verbonden met hyperlinks. Leerlingen moeten nieuwe strategieën leren om met deze andere manier van lezen toch tot leren te komen. De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar deze nieuwe strategieën, het IPS-i model is een van de uitkomsten van dit onderzoek.

IPS-i model voor informatievaardigheden in het primair onderwijs

Het IPS-i model is een model voor het oplossen van informatieproblemen (Brand-Gruwel, Wopereis & Walraven, 2009). Het gaat uit van een aantal vaste stappen die een leerling moet doorlopen om een informatieprobleem op te lossen. Deze stappen zijn niet anders dan vroeger. Het kritisch omgaan met de grote hoeveelheden ongecontroleerde data op internet vraagt echter een systematische aanpak. Het IPS-i model leent zich dan ook goed als leidraad voor het ontwerpen van instructie waarbij informatievaardigheden aan bod komen.

In eerste instantie krijgen de kinderen een open informatieprobleem (een waarbij informatie gezocht moet worden en waarbij de antwoorden niet simpele feiten zijn) en formuleren hier vragen bij. Dan gaan de leerlingen op zoek naar informatie, selecteren de informatie die ze willen gebruiken en beoordelen de informatie op juistheid, betrouwbaarheid en relevantie. Hierna worden de delen informatie samengevoegd en verwerkt. Ten slotte presenteren de leerlingen de gevonden informatie en de oplossing voor het probleem. Heel anders dan vroeger (met de boeken) is het dus niet. Het zoeken, selecteren en beoordelen van de informatie krijgt wel een andere en drastische wending. Hier moeten we in het primair onderwijs ook wat mee: hype of geen hype, de informatievoorziening zal nooit weer terug gaan naar de boeken.

IPS-i Model
Het IPS-i model (Brand-Gruwel et al., 2009) (c) Open Universiteit/Welten instituut

Hoe krijgen we de leerling kritisch?

Het aanleren van een complexe vaardigheid, zoals informatievaardigheden, redden we niet met een themales in de bovenbouw van vijfenveertig minuten. Het gaat hier namelijk om het aanleren van een vaardigheden, niet van op zichzelf staande leerstof. Leerkrachten moeten doordrongen worden van het belang van informatievaardigheden en het werken aan de hand van het IPS-i of een vergelijkbaar model. Het oefenen van de vaardigheid moet worden ingebed worden in het curriculum. Telkens als er opdrachten met een open vraag aan bod komen, moeten leerlingen dezelfde aanpak hanteren. Het werken met zogenaamde authentieke taken laat de leerlingen ervaren dat de aanpak nut heeft binnen een voor hen bekende context. Dus: inbedden in het bestaande curriculum en zorgen dat de leerlingen het nut van de vaardigheden gaan inzien.

Om deze verandering vorm te geven is er nog wel het een en ander nodig. In eerste instantie moeten schoolleiders er van doordrongen raken dat informatievaardigheden zich niet als vanzelf in de school verspreiden. Daarnaast moet een (groot) deel van de leerkrachten geschoold worden in de didactische vaardigheden die komen kijken bij het aanleren van een kritische blik bij het selecteren en beoordelen van informatie en ten slotte: een lange adem bij alle betrokkenen. Pas als het een onlosmakelijk deel van het onderwijs is, zullen de vaardigheden bij de leerlingen aanslaan; een eerste stap naar ‘kritisch-internet-denker’.

N.B: Sinds 1 juni 2016 heeft kennisnet een mooie workshop Informatievaardigheden uitgegeven: give it a try!

Bronnen

Brand-Gruwel, S., Wopereis, I., & Walraven, A. (2009). A descriptive model of information problem solving while using internet. Computers & Education, 53(4), 1207–1217.


  •  
  •  
  •  
  •  

1 reactie

  • Beste Jelle,
    Mooie en inhoudelijk goede beschrijving van informatievaardigheden en het belang ervan voor (primair) onderwijs. Wat ik mis – en dat verwijt ik jou niet – is de inzet van professionele onderwijsbibliothecarissen* in de scholen. In NL een vrijwel onbekend fenomeen, maar in het buitenland al decennia lang bekend en gewaardeerd voor hun rol bij o.a. aanleren van informatievaardigheden. Leraren in alle vormen van onderwijs kunnen de ondersteuning en samenwerking met deze professionals goed gebruiken. Onderzoeken uit diverse landen tonen aan dat de onderwijsprestaties sterk verbeteren door de inzet van onderwijsbibliothecarissen. Juist ook door hun bijdrage aan lessen informatievaardigheden. *lesbevoegdheid + bibliotheekopleiding (minimaal BA). Als je meer wilt weten, neem gerust contact op.
    Vriendelijke groet,
    Lourense

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Los ook nog even de som op omdat je geen robot bent: *