Waarom de oude garde vaak de schuld krijgt en dit niet terecht is…

  •  
  •  
  •  
  •  

“We krijgen nooit iedereen mee en al helemaal de ‘oudjes’ niet!” Bij elke vernieuwing in het onderwijs waar een computer, tablet of laptop komt kijken, wordt dit al vrij snel geroepen. Veel bestuurders, leerkrachten en ICT-coördinatoren hebben een stereotype beeld in hun hoofd bij ‘de oude garde’ op school: het zijn leerkrachten die hun sporen in het verleden hebben verdiend, goede en gedegen leerkrachten zijn, maar moeite hebben de digitale ontwikkelingen bij te benen. Op elke school zijn er uitzonderingen: deze leerkrachten worden dan ook geprezen om hun doorzettingsvermogen en bereidheid zich te ontwikkelen. Hebben de overige ‘oude’ leerkrachten die vaardigheden dan niet? Of zien ze gewoon het nut van alle ontwikkelingen niet in…?

thijnpost.nl

Hoe ouder je wordt, hoe meer je op de inhoud zit…

Ouderen hebben niet minder digitale vaardigheden, maar andere. Het scala aan digitale vaardigheden wordt namelijk niet alleen bepaald door de technische aspecten. Jongere mensen zijn vaak technisch vaardiger dan oudere mensen, maar blijken veel minder goed in staat om te gaan met het selecteren, beoordelen en verwerken de inhoud digitale media. Oudere mensen blijken beter in taken die gaan over het samenstellen van betrouwbare informatie en zijn nauwkeuriger als het gaat om het ordenen van deze informatie. Lees voor wat verdieping eens dit, wel iets verouderde, artikel van de Open universiteit van Israël. De schrijvers van dit artikel draaien de vraagstelling zelfs om: “Moeten we ons niet meer zorgen maken om de jonge generatie? Kunnen zij wel verstandig (in tegenstelling tot technisch) omgaan met de digitale veranderingen?”

…jongeren zijn technisch superieur, de ouderen inhoudelijk.

Met meer ervaring kan je de diepte in…

Oudere werknemers wordt niets meer gevraagd. Althans, als het gaat om ICT. In veel gevallen wordt op scholen gebruik gemaakt van de expertise van de ervaren leerkrachten. Echter, als het om digitale vernieuwingen gaat, lijkt de mening van de ‘onkundige’ oude meester of juf er opeens niet zoveel meer toe te doen. Te weinig wordt een scheiding gemaakt tussen de inhoudelijke en technische kant. We moeten een keuze voor een product of verandering altijd laten leiden door de inhoud en daar zijn nou juist de ervaren (en vaak oudere) leerkrachten sterk in. In technische superioriteit schuilt een gevaar. Treffender dan prof. Eshet in het genoemde artikel doet, kan het probleem niet uitgelegd worden: “Met hoe meer informatie we in aanraking komen, hoe minder kritisch we worden. We worden gebombardeerd met informatie en worden minder selectief. We gaan minder diep denken.”

Versterk elkaar!

Kortom: de jongeren zijn technisch superieur, de ouderen inhoudelijk. Hoewel kort door de bocht, misschien toch wel herkenbaar. Elke verandering op ICT-gebied zou een coöperatie tussen jong en oud moeten zijn. Wellicht is het verstandig om te kijken naar de taken die beide groepen hebben binnen deze verandering. De ervaren medewerkers kunnen coachen op zorgvuldigheid, betrouwbaarheid en inhoudelijke diepte. De jongere medewerkers kunnen zich bekommeren om de technische haalbaarheid, de efficiëntie en de gebruiksvriendelijkheid. Niet alleen tijdens de invoering kan deze rolverdeling en samenwerking bestaan, ook tijdens alle andere werkzaamheden op school, is het goed je bewust te zijn van de verschillen. Gebruik deze verschillen om je team te versterken in plaats van te splitsen!


  •  
  •  
  •  
  •  

5 reacties

  • Als het een gegeven is dat men achter blijft; weet men dus dat er altijd afstand tot de “nieuwe ontwikkelingen” zal blijven. Men zou dan wel nader kunnen bepalen hoever die geaccepteerde achterstand (maximaal) mag zijn. Het belangrijkste is dat er in scholen een goede en werkbare ICT omgeving is die ten doel heeft het lesgebeuren te ondersteunen.
    Het lijkt mij immers ook niet de bedoeling altijd in de race te zijn om koste wat het kost alle nieuwe ICT ontwikkelingen in huis te moeten hebben. In school speelt immers veel meer “dat in beweging is” als ICT alleen .

  • Ik denk dat het ook belangrijk is om te achter halen waarom eventueel iemand niet meer “bij de tijd is” (is overigens niet leeftijd gebonden). Als dat besproken kan worden en duidelijk is, kunnen eventuele barrières worden weggenomen of opgelost. Dan is er weer een aanknopingspunt om samen op het juiste spoor verder te gaan. Het gaat erom dat er altijd vanuit een positieve insteek wordt gewerkt zodat men gemotiveerd is mee te doen. Er wordt maar al te vaak geroepen “ICT dat kun jij niet of weet jij toch niets van”. Vanuit die sfeer gaat het niet lukken. Niet werken van wat iemand niet kan maar aansluiten bij wat iemand wel al kan. In onderling overleg kan er dan ook een persoonlijk stappenplan worden uitgezet dat op maat gaat zijn.

  • Ik ben van de oudere generatie (62) en alles behalve een digibeet. Digitale vaardigheden heb je niet, maar die moet je ontwikkelen. Dat moet zowel de jonge als ook de oudere generatie. Het is echter nog wennen aan het idee, dat je na het behalen van je diploma je moet blijven ontwikkelen, lees professionaliseren, en dat je daarvoor zelf initiatief kunt nemen. Misschien moeten we eens overwegen of we de uren voor professionalisering teruggeven als ze niet gebruikt zijn waar ze voor bedoeld zijn.

  • Inderdaad, de laatste zin is een hele wezenlijke om het gat in de digitale competenties tussen de digitale bedreven docent en de onderwijsspecialist te slechten.
    Of er een causaal verband is tussen leeftijd en digibeet zijn trek ik in twijfel. Wel is er een substantiële hoeveelheid onderzoeksresultaten die onderbouwen dat de digitale competenties bij de onderwijsprofessionals achter blijven in relatie tot de technologische ontwikkelingen om ons heen.

  • Stof ter overdenking. Een lans gebroken voor “de oudere generatie”. De laatste zin is wijsheid.